Jeff Goethals is een oorlogskind, Torhoutenaar, ex-missionaris en Amerikaan. Maar hij is vooral een geboren verteller. Tussen de vier muren van kapsalon Gus laat hij een hele stad tot leven komen. Aan de hand van de klanten van de barbier vertelt Goethals het verhaal van een bezette stad en haar inwoners. Goethals blinkt uit in menselijke portretten en is meesterlijk in zijn details. Dat heeft een reden: meer dan zeventig jaar geleden zat hij daar zelf, als kleuter, in het kapsalon van zijn vader. Goethals verwerkte die uitzonderlijke jeugdherinneringen tot een beklijvende roman. U was amper drie toen de oorlog uitbrak. Waren dat bange jaren? Vreemd genoeg niet. Als kind kenden we niks anders en ik heb me thuis, in dat kapsalon, altijd veilig gevoeld. Ik had nooit het idee dat we iets tekortkwamen. Hoe konden we weten dat grijs brood niet normaal was, of dat sinaasappelen en chocolade echte luxeartikelen waren? Of dat er soldaten waren die geen grijze uniformen droegen? Ik heb een aantal sterke zintuiglijke herinneringen aan die tijd: de geur van Winter hulpsoep en van Duitse uniformen, de smaak van de levertraan, het geluid van ronkende vliegtuigen en loeiende sirenen. Maar angst? Dat niet. We hadden geen idee van de gevaren van de oorlog. Veel dingen die eigenlijk abnormaal waren, vonden we als kind heel gewoon: in de kelder slapen, naar de bunker snellen in het midden van de nacht, overal Duitse soldaten en officieren zien, de vensters van het huis elke avond ver duisteren, noem maar op. Voor mij waren de ruïnes van de kerk en de cinema een speelplaats. We speelden er met onontplofte kogels en zelfs eens met een tankgranaat zonder het gevaar daarvan te beseffen. Voor ons wat dat speelgoed, wisten wij veel. In het boek moet barbier Gus twee Duitse soldaten in huis nemen. Is dat gebaseerd op ware feiten? Ja, mijn ouders kregen ook twee Duitsers toegewezen en ik herinner me die mannen nog heel goed. Een van hen had twee kinderen van dezelfde leeftijd als mijn zus en ik. Ik herinner me vooral de momenten waarop die soldaat me meenam naar de soldatenkeuken, waar hij kok was, en me de restjes meegaf voor thuis. Stiekem, want eigenlijk mocht dat niet. Waarschijnlijk heeft de aanwezigheid van die Duitsers in ons huis ervoor gezorgd dat ik niet bang was voor Duitse soldaten, ik wist immers dat er ook goede mensen tussen zaten. U neemt geen stelling voor of tegen de personages in uw boek, aan iedereen zitten goede en slechte kanten? Dat is gaandeweg gegroeid. Tijdens het schrijven begon ik steeds vaker na te denken over de personages, die gebaseerd zijn op mijn Pagina 9

Pagina 11

Scoor meer met een e-commerce shop in uw archief. Velen gingen u voor en publiceerden gidsen online.

Houtekiet zomer 2017 Lees publicatie 13Home


You need flash player to view this online publication